Een week voor de jaarlijkse bedrijfsgriepprik stond in de krant dat griepprikken niet werken en kreeg ik de griep. Zwalkend tussen bank en bed consumeerde ik in een paar dagen meer TV dan ik gemiddeld in een maand krijg toegediend. Ik was te slap om de reclame weg te zappen en kreeg de full load. Misschien kwam het door mijn koortsig bewustzijn of door de lichte depressieverschijnselen die ik altijd als griepbijverschijnsel onderga (want wat is de zin van een leven dat zich afspeelt tussen bed en bank?), maar ik werd getroffen door de exotisch, wetenschappelijk klinkende namen die mij het onwaarschijnlijkste beloven.
Hoge concentraties Keratine AA die een shocktreatment en een instant miracle in mijn harig voorkomen teweegbrengen, een slim lift aire bra waarin mijn borsten de ogen van andere vrouwen uitsteken, een hypercollageenformule waarmee mijn lage mondweerstand tot het verleden behoort (ik dacht de laatste tijd al, wat kom ik toch allemaal tegen in mijn mond?) en ik met een allesveroverende ademsensatie door de wereld stap, met L-bifidus-formule voor een krachtige darmflora waardoor je eten gewoon met verpakking en al kunt verorberen. Gekke jongens die reclamejongens, dacht ik, te veel geïsoleerd geraakt door Het Nieuwe Werken, of gewoon te veel alcohol.
Na een zweetweekje, toen de koorts wegebde en ik dacht dat ik weer kon gaan werken, maar voortijdige zweetlozingen me duidelijk maakten dat ik toch echt nog een beetje ziek was, begon ik te surfen op het net en was benieuwd naar de vorderingen op onze nieuwe website. Ik las: 'In cocreatie met opdrachtgevers maatwerk innovatieve opleidingstrajecten maken' en 'laagdrempelige, kostenefficiënte meet en- rapportagesystemen om de performance van medewerkers en de organisaties te verbeteren'.
Is reclametaal besmettelijk?