Eindelijk staan we op het water. Water, eeuwenlang de meest gevreesde vijand van de lage landen, ligt verlamd door bevriezing onder onze voeten. Geen zompige moerrasigheid meer of vernietigende vloedgolven en overstromingen. Schaatsend bedwingen we onze vijand, vinden we avontuurlijke toegangswegen naar nieuwe gebieden en ontmoeten we elkaar. Wanneer wij de natuur te slim af zijn, voelt dat bevrijdend. Door op de rug van een paard te zitten overheersen we andere diersoorten, door met kunstvleugels het luchtruim te kiezen, overwinnen we de zwaartekracht. En nu, als in een Bijbels wonder, lopen we over het water. En dat verlicht.
Boven het water verheven zijn maakt vrij, losbandig. Maar nu we er eindelijk op staan is de bevrijding totaal en dat moet gevierd. Van oudsher is schaatsen een volksfeest, waarin alle rangen en standen door elkaar zwieren, flitsen, klunen en stuntelen. De zwierige vrouw met haar slagersman, de wethouder met zijn 3 kinderen, de voorbij racende werkeloze. Op het ijs is iedereen gelijk. En de sneeuwovergoten tuin ziet er eindelijk net zo goed uit als die van de pretentieuze buurman. Ik begrijp die schaatskoorts wel. Het is de ultieme overwinning. Voor even.
'Wat is de grootste bedreiging voor het bedrijfsleven?', vroeg ik me af boven een kop dampende chocolade. 'Wat is die ene vijand die we, al is het maar voor even, zouden moeten bevriezen, verlammen en bedwingen. Waardoor we avontuurlijke routes vinden naar nieuwe gebieden, ervaren dat de gebaande wegen gevaarlijker zijn en minder snel tot resultaat leiden. Waar we elkaar ontmoeten en gericht zijn op hetzelfde: de klunende CEO, de zwierige receptionist, de voorbij racende magazijnmedewerker, de stuntelige stagiaire en de hockeyende manager. En waar morsigheid en imperfectie OKE is omdat iedereen denkt; Schaatsen is leuk, dat mag je leren'.